donderdag 28 juni 2012

Vakantieleesvoer

Ik ga op reis, pak mijn koffer in en ik neem mee…. Vroeger tijden uren gespeeld om de tijd in de auto door te komen op weg naar de vakantiebestemming. Voor degenen die hun koffer nog niet gepakt hebben wat boeken over Suriname die je mee zou kunnen nemen.

Laat ik eens beginnen in het verleden. Die boeken zal je dus op je E-reader moeten zetten. Zelf ben ik van plan om drie boeken door te nemen. De eerste is de Beschrijving van Guiana of de wilde kust in Zuid-Amerika van Jan Jacob Hartsinck. In dit boek uit 1770 wordt nauwgezet de historie van de Surinaamse Societeit beschreven. De tweede is de Reize naar Suriname en door de binnenste gedeelten van Guiana door John Gabriel Stedman uit 1799 en als derde de Geschiedenis van Suriname van Wolbers uit 1861. Oude kost, maar wel drie standaardwerken. Wat deze boeken voor mij extra waardevol maakt is de mening van iemand anders. En niet zo maar iemand. De schrijver van wellicht het mooiste boek over Suriname: Anton de Kom. Als hij, als een zeer kritisch schrijver, in zijn boek Wij slaven van Suriname de historische juistheid van deze werken roemt dan is dat voor mij een waarheid geworden. Wat mij enorm trof was het feit dat hij uit deze boeken een heel andere waarheid haalde dan de keren dat ik ze selectief doorzocht, op zoek naar info over oude plantages. Reden te meer voor mij om ze nu eens helemaal op mijn gemak te lezen.



Over drie andere aanraders heb ik al eerder geblogd. Verplichte kost is natuurlijk Hoe duur was de suiker en De vrije negerin Elisabeth van Cynthia McLeod. Van haar heb ik Tweemaal Mariënburg al in mijn koffer liggen. Carla Boos heeft van de tv documentaire De Slavernij een boek gemaakt. Voor wie de documentaire niet gezien heeft of voor wie de soms aangrijpende verhalen nog eens willen teruglezen. Wat dit boek extra heeft, is de grote hoeveelheid afbeeldingen.

Dan heb ik nog twee andere toppers: De eerste is de andere grote Surinaamse klassieker: De stille plantage van Albert Helman. De tekst op de voorpagina zegt genoeg: “een mythemaker de Suriname van een aansprekende geschiedenis voorzag”. De klamheid van de jungle en de droefheid van het leven van de mensen drukt op je neer en laat je niet meer los!
Een boek dat een veel recentere geschiedenis van Suriname betreft is van Clark Accoord. In De koningin van Suriname beschrijft hij de geschiedenis van de roemruchte Maxi Linder en tegelijk heel beeldend het leven in Paramaribo in de vorige eeuw.




Mocht je nog steeds niet kunnen kiezen dan sluit ik af met twee boeken die waarschijnlijk wat onbekender zijn. In Een vlek op de rug van Johan van de Walle volgen we de belevenissen van een jonge planter en zijn observaties over het leven in de koloniale tijd. Liefde in slavernij van John de Bye is geschreven als een familiegeschiedenis. Rommelig geschreven, maar vooruit een redelijk tussendoortje.

En als toetje een boek dat zwaar op de maag ligt, maar dat wel iets is voor degene die beter wil begrijpen waarom volgend jaar uitgebreid herdacht wordt dat 150 jaar geleden de slavernij werd afgeschaft: de bundel New perspectives on slavery and colonialism in the Caribbean onder redactie van Marten Schalkwijk en Stephen Small. Lees je absoluut niet lekker weg in je luie stoel, maar is meer voor de regenachtige dagen.

Veel leesplezier!



zondag 8 april 2012

Bronnen voor onderzoek naar het plantageverleden van Suriname

Voor het zoeken naar gegevens over (eigenaren van) plantages in Suriname maak ik veel gebruik van het Internet. Hoog tijd om een aantal bronnen te delen.

Meestal begin ik met het Nationaal Archief. Ik heb het geluk dat dit vlak bij mijn werk ligt, maar ook de internetsite biedt een schat aan gegevens. Hier staan een aantal belangrijke databases voor degene met een interesse in Suriname. Er zijn wel 686 archiefinventarissen over Suriname. De belangrijkste die ik gebruik zijn:
- De gegevens van de Gereformeerde kerk van 1688 tot 1792. Deze gegevens zijn door Philip Dikland van KDV Architecten uit Paramaribo verzameld. Dit archief is heel nuttig wanneer je iets wil weten over eigenaren van plantages.
- Het register van vrijverklaarde slaven (emancipatie 1863) is zeer aan te raden voor familieonderzoek.
- Hindostaanse en Javaanse immigranten in Suriname, idem

De eerste Nederlanders die zich in Suriname vestigden waren de Zeeuwen. Kapitein Abraham Crijnsen veroverde in opdracht van het provinciaal bestuur van Zeeland in 1667 de kolonie Suriname op de Engelsen. Gedetailleerde informatie over de beginperiode van de Nederlandse invloed in Suriname (1667-1684) is te vinden in het Zeeuws Archief . Heel veel correspondentie is gedigitaliseerd. Ik heb hier bijvoorbeeld informatie uitgehaald over de eerste Gouverneurs van Suriname zoals Maurits de Rama, Pieter Versterre en Abraham Thisso. Wil je iets weten over de genealogie van Zeeuwen, dan moet je het onderdeel Zeeuwen gezocht hebben.

Er zijn nog veel meer interessante archieven. De grootste Archieven.nl. Daarnaast hebben ook verschillende steden een hoop informatie te bieden. Amsterdam, Rotterdam en Utrecht zijn maar drie voorbeelden.
Een hele nuttige is het krantenarchief van de Koninklijke Bibliotheek. Vier eeuwen kranten worden hier ontsloten, waaronder een aantal kranten uit Suriname, zoals De West-Indiër: dagblad toegewijd aan de belangen van Nederlandsch Guyana ; Suriname: koloniaal nieuws- en advertentieblad en Het nieuws: Algemeen Dagblad.

Hoog tijd om eens over te steken naar Suriname. Mijn favoriete site heet, niet verrassend, Surinaamse genealogie. Op dit forum kun je vragen stellen over je voorouders en krijg je uitgebreid antwoord. Aanrader!
Een blog met dezelfde naam wordt geschreven door freelance genealoog Denie Kasan. Bijna verplicht om te volgen en zeker de moeite waard eens door te bladeren. Er wordt ook heel veel naar andere relevante sites verwezen.
Een andere site wordt beheerd door de Stichting voor Surinaamse Genealogie. Was een tijd uit de lucht en loopt wat achter.

Natuurlijk zijn er ook veel (inter)nationale genealogiesites. Ik ben er nog niet achter welke de beste zijn. Ik maak zelf regelmatig gebruik van Genlias, Geneanet, de NGV site (Nederlandse Genealogische Vereniging) en Familysearch. De laatste is de grootste genealogiesite ter wereld en wordt beheerd door de Mormonen, als onderdeel van hun overtuiging. Voor een snelle zoektocht kun je Stamboomzoeker gebruiken. De zoekmachine van deze site doorzoekt meerdere sites en stambomen tegelijkertijd.

Dan zijn er nog heel wat boeken gedigitaliseerd. Een hele kleine greep:
- De Encyclopaedie van Nederlandsch West-Indië van Benjamins en Snellemans
- De West-Indische Gids met heel veel interessante artikelen. Het artikel dat ik het vaakst gelezen heb is dat over de herkomst en betekenis van Surinaamse plantagenamen van Frederik Oudschans Dentz uit 1944.
- De Surinaamse almanakken geven over de periode 1793 tot 1936 een goed beeld van de eigenaren van plantages, de directeuren, administrateurs en producten. Ook geeft het inzicht in de aantallen slaven en contractarbeiders.
- Het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden van Van der Aa gebruik ik vaak om de naam van de plantage in Sranan Tongo te achterhalen. Ook heel interessant als je iets wilt weten over Nederlandse plaatsen!

Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Als je eenmaal begint kom je steeds meer tegen! Nou vooruit, als afsluiter nog twee naslagwerken: de geschiedenis van Joden in Suriname en Life in the Shadows over slavernij en de slavencultuur. Allebei ontzettend goed geschreven!

Veel lees- en studieplezier!

PS: de bovengenoemde bronnen (en meer) heb ik gebruikt om een aantal artikelen over Suriname op Wikipedia te zetten.

zondag 26 februari 2012

Geschiedenis als breinbreker

Soms is het uitzoeken van de geschiedenis van plantages net een grote boeiende puzzel. Verleden jaar, rond deze tijd, begon ik met de plantages die op de grens van de Beneden- en Boven Commewijne lagen, naast de Commetewanekreek. Ik stopte er al snel mee, want ik kon weinig informatie vinden. Nu heb ik ondertussen alle andere plantages langs de Beneden Commewijne gehad en liggen die eersten er nog steeds. Het gaat om Nieuw Roeland, Venlo, Bredevoort en L’Embarras. Blijkbaar dus geen interessante plantages en allemaal ook al snel weer verlaten. Toch wil ik de beschrijving compleet hebben en ben sinds de kerstvakantie informatie aan het verzamelen. Die blijkt inderdaad spaarzaam te zijn en nog verwarrend ook. Wat ik heb schrijf ik nu hier maar op; ook om eens te laten zien uit wat voor kleine brokstukjes je een verhaal kunt opbouwen.

Eerst de kaart er maar bijpakken. Die van Lavaux uit 1758 wel te verstaan. Daarop is de volgorde stroomafwaarts: Schoonoort, Nieuw Roeland (I. Rouleau), Hooyland, Lambaras (Lanhe, Koopstad en Rokhussen) , Beninenburg (Erven Benine LaJaille), De Nieuwe Grond (Berewoud en Comp). Deze kaart heeft het grote voordeel boven alle andere kaarten dat de eigenaren vermeld staan. Expres een iets langer rijtje. Dat is nodig voor het vervolg van de speurtocht. Nu de kaart van Moseberg uit 1801. Daar zien we een andere volgorde: Schoonoord, Nieuw Roland, Breedevoort, L’Embarras, Venlo, Beninenburg en de Nieuwe Grond. Hooiland staat er niet meer tussen (ligt alleen nog langs de Commetewane), Breedevoort komt er tussen en verderop Venlo. Let trouwens ook eens op het verschil in spelling!

Googelen leidt naar de Heerlijkheid Bredevoort en de familie Steenbergh uit Venlo. Deze familie verhuisde deels naar Suriname. Kat in het bakkie lijkt het. Vooral omdat een lid van de familie trouwde met Gabriel de la Jaille junior. Zijn zuster was met de eigenaar van Hooiland getrouwd. Ruiltje binnen de familie dus? Dan verschijnt in de Surinaamsche Almanak van 1793 de naam van Reinhard Menno Larcher. Die kwam toevallig ook uit Venlo. De familie Larcher blijkt de bewoner van Slot Keenenburg te zijn geweest. En wie waren de vorige eigenaren? Jawel, de familie Steenbergh. De relaties stapelen zich op. En het gaat verder: Steenbergh was in Suriname zaakwaarnemer van Coopstad en Rochussen, de eigenaren van L’Embarras en trouwens één van de grootste slavenhandelaren. De compagnon van Steenbergh was JH Saffin en die trouwde weer met de zus van Steenbergh. De banden worden strakker aangehaald.

De naamLarcher komen we vaker tegen in de Surinaamse geschiedenis. Jean Louis Larcher van Kenenburg (jawel) was in 1746 commandeur van de troepen in Suriname. De familieband heb ik echter (nog) niet kunnen vinden. Wel dat Jean Louis getrouwd was met een Bachman. En zo heette de moeder van de Steenberghjes ook van haar achternaam (toeval?).

Op naar de Koninklijke Bibliotheek dan maar voor een duik in het Oud Surinaams Archief. Helaas, daar werd het verhaal nog ingewikkelder. In 1759: Beninenburg, tussen de plantages van Beerewout en Van de Loo. De eerste klopt met de kaart van Lavaux. Maar wie was Van de Loo dan? Niets over terug te vinden.

In 1754: L’embarras, erflater Gabriel de la Jaille. Tussen Kromwijk en Nieuw Goed Accoord. Twee onbekende plantages komen hier opduiken! Gemachtigde is Willem Hendrick van Steenbergh, gemachtigd door Louisa Helena Anthonia van Steenbergh, weduwe van Gabriel de La Jaille. We hebben het hier dus wel over dezelfde L’Embarras, maar omringd door twee onbekende plantages die op Internet niet te vinden zijn.
In 1755 werden Larcher en Oostendorp als eigenaren van L’Embarras genoemd. Dat klopt weer, want Oostendorp was een latere compagnon van Coopstad.

Zoeken naar Kromwijk in de KB levert in 1754 als erflater Gabriel de la Jaille op. Kromwijk ligt tussen plantage Perou en L’Embarras. Perou was de aanlegger van de Nieuwe Grond. Dan moet Beninenburg dus eerst Kromwijk geheten hebben. Maar waarom heette die plantage dan zo? Kreeg Benine de la Jaille de plantage als erfenis en hernoemde zij haar naar zichzelf?

Dan Nieuw Goed Accoord maar eens opzoeken. Bingo! In 1753 werd vermeld: huurder Jean Martin, eigenaar Jacques Rouleau; tussen plantage Schoonoort en plantage van Gabriel de la Jaille. Logischerwijs zou die laatste dan Hooiland moeten zijn en had Rouleau een akkoordje gesloten en later de plantage naar zichzelf genoemd. Rouleau vertrok al uit Suriname. En wie treffen we dan in 1766 aan bij de Vrijmetselaars in Zwolle? R.M. Larcher en Léonard Daniël Pellichet. De laatste stond in 1755 vermeld als zaakgelastigde van de plantage Nieuw Goed Accoord voor Jacques Rouleau, woonachtig te Zwolle!

Als laatste voorlopig: in de Surinaamsche Almanakken na 1793 werden L’Embarras en Venlo steeds samen genoemd en heetten ze in het Sranan Tongo samen Lamra. Wanneer en waarom gingen die twee samen. En waar bleef de relatie tussen de plantages Bredevoort en Venlo?

Genoeg aanwijzingen dus, maar nog geen sleutel(s). Zo blijft het voor mij nog een fascinerende hoofdbreker waar alles met alles samenhangt. Ik ga mij eerst maar even bezig houden met wat andere interessante onderwerpen die ik pas in een paar historische romans over Suriname tegenkwam en waar hopelijk wat meer info over te vinden is.





woensdag 28 december 2011

Terugblik op 2011

Aan het eind van het jaar is het weer tijd voor het terugkijken. Voor mij heeft dat dit keer vooral te maken met mijn “onderzoek” naar plantages langs de benedenloop van de Commewijne in Suriname. Ik had het gevoel dat ik daar iets over moest gaan schrijven. Een combinatie van liefde voor geschiedenis en een soort terugverlangen naar de tijd dat ik daar zelf kortstondig woonde en werkte. Op de een of andere manier begon dat onderzoek al anders dan verwacht, want ik startte met de plantages langs de Commetewanekreek. Na wat her en der rondspringen begon er langzamerhand een orde in de beschrijvingen te ontstaan. Ik begon gewoon aan de noordzijde van de Commewijne bij de samenloop met de Surinamerivier. Van daaruit stroomopwaarts tot de Matapicakreek. Dat waren er 32. Daarna hetzelfde principe aan de zuidzijde. Op die manier ben ik nu bij plantage Weltevreden gekomen, de plantage waar ik zelf werkte. Nog zeven plantages en dan ben ik bij de Commetewanekreek en heb ik alle 60 plantages langs de benedenloop van de Commewijne beschreven.

Onderweg maakte ik nog wel verschillende zijsprongen. Naast de beschrijving van een aantal kreken kwamen er ook beschrijvingen van een aantal andere plantages die buiten mijn oorspronkelijke focus lagen. De laatste daar van was Victoria, de meest stroomopwaarts gelegen plantage langs de Surinamerivier en de plantage waar ik in Suriname als eerste kwam te werken na het afronden van mijn studie. Daarnaast kon ik het ook niet laten de levensloop van een aantal markante personen te beschrijven. In totaal leidde dat tot 88 artikelen.

Naast het schrijven voor Wikipedia ben ik ook begonnen met het plaatsen van al deze plantages op Google Earth. Ik baseerde de omtrek van de plantages niet op de formele oppervlakten zoals die in de Surinaamse Almanakken staan, maar op de nog zichtbare percelen. Daardoor werd een omvangrijke, maar boeiende klus.

De laatste activiteit was het bloggen over deze activiteiten. Dit is het 17e blog dit jaar. Best wel trots dat ze meer dan 2.200 keer gelezen zijn. Het meest gelezen was mijn blog over kaarten van Suriname. Daarna het blog over Elizabeth Samson en het blog over bijzondere achternamen.

Al met al is hier veel tijd in gaan zitten, iets wat mijn familie mij (terecht) niet altijd in dank afnam. De hoeveelheid tijd die ik in deze uit de hand gelopen hobby stopte nam dan ook gedurende het jaar af.
Gelukkig kwam er waardering van verschillende lezers. Verschillende mensen die zelf op deze plantages woonden of er familie hadden gaven hele positieve reacties en stuurden ook beeldmateriaal op waar ik dankbaar gebruik van maakte. Ook de reacties van collega Wikipedianen waren een stimulans om door te gaan. Met name de aanvullingen en opmerkingen van twee collega’s met veel kennis over Suriname hebben mij bijzonder goed geholpen. Dat geeft genoeg energie om hier in het komende jaar mee door te gaan!

zondag 2 oktober 2011

De Slavernij

Ik heb nu drie afleveringen van De Slavernij gezien. De serie wordt steeds beter! Het eerste deel was nogal rommelig en ik vroeg mij af wat er van de rest moest worden. Het tweede deel richtte zich vooral op de roots van de Afrikanen, speelde zich geheel af in Ghana en was veel beter te volgen. Roué en Daphne vertelden dat er meer dan 12,5 miljoen Afrikanen naar de Amerika’s getransporteerd werden. Een vreselijk aantal, mede doordat de Nederlanders (met name de Zeeuwen) verantwoordelijk waren voor maar liefst 600.000 personen. Alleen al in de periode 1750-1830 werden er ongeveer 110.000 slaven in Suriname ingevoerd. Het derde deel ging over het transport van al deze mensen over zee. Indrukwekkend verhaal van Leo Balai over de ondergang van de slavenschip De Leusden in de monding van de Marowijne. Waarschijnlijk de grootste scheepsramp in de Nederlandse gescheindenis, maar tot vanavond had ik er nog nooit van gehoord.
.


Surinaamse planters hadden tegen het einde van de achttiende eeuw in het buitenland de reputatie zeer wrede slavenhouders te zijn. Het beruchtste voorbeeld was Susanne de Plessis. (zie Hoe duur was de suiker). Ook in Erfenissen van Suriname is een triest voorbeeld te lezen. Het verhaal van de Plessis werd en wordt vaak aangehaald en lijkt exemplarisch te zijn geworden voor de manier waarop alle plantage-eigenaren met hun slaven omgingen.
Of dit waar is zal wel nooit echt duidelijk worden. Wel is het zeker dat het leven op de plantages zwaar was. Plantageslaven werkten zes dagen per week, van maandag tot en met zaterdag. Over het algemeen maakten zij lange dagen. Zij werden om vijf uur in de morgen gewekt en werkten door tot zes uur ’s avonds. Het leven op de suikerplantages was het zwaarst omdat het kappen van suikerriet zwaarder werk was dan het plukken van katoen en koffiebonen. Daarnaast was het graven en onderhouden van het kanalenstelsel in de zware klei een vreselijk zwaar werk.

Opvallend is dat slaven in het begin van de slavernij niet als mensen werden gezien maar als kapitaalgoederen. Vooral in de tijd dat andere landen de slavernij al hadden afgeschaft werd dit kapitaalgoed schaars. Waarschijnlijk verklaarde dit mede het feit dat er steeds meer regels voor de behandeling van slaven kwamen. Veel van die regels gingen over de voedselvoorziening. Pas in het slavenreglement van 1759 werd vastgelegd dat de planter verplicht was zijn slaven behoorlijk te voorzien van kleding en lakens. Aan huisvesting werd amper geld uitgegeven. Pas in de 19e eeuw werd er meer aandacht aan medische voorzieningen geschonken. In het algemeen zorgde men dus heel slecht voor de slaven. Dit kwam vooral doordat de plantages veel Europeanen (niet alleen Hollanders) aantrokken die heel snel rijk wilden worden, vaak geeneens in Suriname woonden en het niet interesseerde wat er zich op hun plantages afspeelden; zolang er maar veel verdiend werd in een zo kort mogelijke tijd. Veel van de verhalen over mishandeling van slaven op de plantages kwam dan ook van rondreizende bezoekers. Diverse moderne onderzoeken geven aan dat de behandeling van de slaven in Suriname niet veel slechter was dan in naburige landen. Dat is natuurlijk een zeer relatief begrip.

Was het al onmenselijk om mensen uit hun geboorteland te halen en als kapitaalgoed te verhandelen, ook de keiharde onderdrukking en slechte behandeling van de slaven maken van de toenmalige opvatting van blanken gaan naar de hemel en slaven naar de hel een bijzonder hypocriete stelling.



.


donderdag 8 september 2011

Plantage Weltevreden deel 2: Geschiedenis

Na enige maanden intensief schrijven over plantages begrijp ik nu veel meer over Weltevreden. De plantage was rond 1747 aangelegd. Dit gebeurde nadat Fort Nieuw-Amsterdam aan de monding van de Surinamerivier en de Commewijne was aangelegd. Met het fort Sommelsdijck op de kruising van de Cottica en Commewijne was het gehele laaggelegen moerassige kustgebied nu beschermd tegen vijandelijke invallen. Nicolaas Freher was degene die de plantage liet aanleggen. In de eerste jaren was er vanuit Holland een grote vraag naar koffie en Freher moet kapitalen hebben verdiend. Hij was in ieder geval in staat een groot huis aan de Herengracht in Amsterdam te kopen en een groot buiten aan de Amstel.
Het aanleggen van een plantage was een enorm karwei omdat de grote hoeveelheid neerslag om drastische maatregelen vroeg. Een plantage was eigenlijk net een polder. In de zware rivierklei moest een enorm stelsel van waterwegen aangelegd worden. Dit was noodzakelijk om het regenwater af te voeren om de koffiebomen niet weg te laten rotten De meeste plantages hadden een streng geometrische opzet. Weltevreden was een uitzondering omdat de sluis naar de Commewijne niet in het midden van de plantage lag, maar aan het einde van één van de zogenaamde loostrenzen (belangrijkste afvoerkanaal). Sluizen waren belangrijk. Het water moest met vloed tegengehouden worden omdat dit brak was en de bomen hierdoor konden sterven.
De plantage was aangelegd als een koffieplantage. Een belangrijk verschil met een suikerplantage was dat het suikerriet in zijn geheel vanaf de velden (akkers) afgevoerd werd. Dat vergde veel vervoer. Daarom werd op een suikerplantage ook een watertransportstelsel aangelegd. In het midden liep dan geen pad maar een vaartrens. Ik leerde ook dat het woonhuis, dat vlak aan de rivier stond, niet de oorspronkelijke woning was. Normaal gesproken werd het gedeelte aan de rivier namelijk niet gebruikt en stond de directeurswoning dus een stuk naar achteren. De woning aan de rivier bleek omstreeks 1890 gebouwd te zijn. Bij stevige wind kon je niet boven zitten, want het hele huis zwiepte heen en weer. Helaas werd dat stukje historie daarom snel platgelegd.
In het midden van de plantage waren nog oude koffiebedden terug te vinden. Koffie had schaduw nodig. Op de meeste plantages werd daar de eerste jaren banaan voor gebruikt. Zo kon er extra geld verdiend worden. Daarna werden schaduwbomen aangeplant, de zogenaamde koffiemama’s. Deze bomen waren inmiddels imposante woudreuzen geworden die volhingen met de prachtigste bromelia’s. Omdat de meeste eigenaren van een plantage zich vooral richtten op de winst op korte termijn werden er veel te veel bomen op een akker geplant. Bovendien werd er vel te lang doorgegaan met het oogsten van dezelfde bomen zonder dat er voor nieuwe aanplant werd gezorgd. Tel daarbij dat er amper bemest werd en het is duidelijk dat de productie van een plantage snel afnam. Na de emancipatie in 1863 was Weltevrden buiten gebruik. Later wordt wel weer geprobeerd cacao te telen, waarvan de verouderde struiken nog terug te vinden waren. Er waren echter weinig werknemers en de productie zal wel niet zo groot geweest zijn.
Begin 20e eeuw schakelden veel plantages in het Commewijnegebied over op de teelt van citrus. Zo ook Weltevreden. Ik heb nooit meer zo’n lekker citrusfruit gegeten! Vooral de grote pompelmoezen waren heerlijk. We ontdekten ook een soort proeftuin waar van allerlei kruisingen stonden. De één nog sappiger dan de ander. Maar het aller-lekkerste waren de zoete oranje vruchten van een enorme mopéboom. Een Surinaams gezegde luidt:
Een buitenlander die deze vrucht eet, zal terugkeren naar Suriname.
Dus wie weet....

zaterdag 25 juni 2011

Erfenissen van Suriname

Van de meeste plantages in Suriname is weinig meer over en is ook de geschiedkundige erfenis niet meer terug te vinden.
Van een aantal plantages is gelukkig wel veel te vinden. Een voorbeeld is Spieringshoek, omdat de archieven van die plantage bewaard zijn gebleven en zijn overgedragen aan het Nationaal Archief. Andere voorbeelden zijn Marienbosch en Frederiksdorp. Beide plantages zijn door de huidige eigenaren weer opgeknapt. Op die manier blijft de bouwkundige erfenis uit het verleden bestaan. Daarnaast hebben zij de geschiedenis van die plantages op internet gezet. Hierbij moet ik natuurlijk ook Philip Dikland noemen die zich enorm beijvert voor het behoud van de bouwkundige erfenis van Suriname.

Ook de bewoners lieten een erfenis na. Vaak is dat omdat zij een belangrijke positie bekleedden (gouverneurs Crommelin en Nepveu bijvoorbeeld). Soms omdat ze heel veel geld hadden verdiend (Neale) of omdat ze heel lastig gevonden werden (Clifford). Sommige eigenaren werden bekend (berucht) omdat ze heel wreed tegen de slaven optraden (du Plessis).Vandaag las ik een heel triest voorbeeld:
“Zo is bijvoorbeeld het verhaal bekend van Broeder Forkel, die in 1768 als zendeling van de Hernhutters ging werken op plantage Akkerboom, waar veel slaven door ziekte en zelfmoord waren gestorven. Forkel moest zich later verantwoorden voor de overheid omdat hij voor de slaven gebeden had. Forkel antwoordde dat iedere zweepslag die een slaaf kreeg, hem persoonlijk pijn deed en dat hij van de slaven hield omdat zij ook mensen voor wie de Heiland zijn bloed had vergoten.
Een letterlijke erfenis gaat over de kleine plantage Schaapstede aan de Commewijne.
De Duitse timmerman Caspar Schäfer (verhollandst tot Schaap) vertrok in 1714 vanuit Duitsland naar Suriname. In korte tijd wist hij behoorlijk wat fortuin te vergaren. Toen zijn zoon Johann in 1764 overleed liet deze een miljoenenerfenis na.
Zijn testament was in verschillende opzichten opmerkelijk. Allereerst liet hij aan de vrije Nannoe, ongetwijfeld zijn concubine, een groot stuk grond na. Daarnaast mocht zij drie slaven uitkiezen van de plantage Schaapstede en kreeg zij jaarlijks driehonderd gulden. De rest van zijn bezittingen werd nagelaten aan familieleden. De verdeeldheid onder de erfgenamen mondde uit in langdurige processen. Het heeft ook geleid tot het enige boek over Suriname dat werd opgedragen aan Adolf Hitler. Het heet Die Millionen von Surinam en de auteur was Adolf Schmalix, een antisemitische demagoog en voorman van Hitlers NSDAP. Vele bewijsstukken, zoals notariële aktes, worden in dit boek opgevoerd. Schmalix probeerde door het vervalsen van documenten deze nalatenschap naar zich toe te trekken.

Jammer is dat kennis over de erfenis van de slavernij verloren dreigt te gaan. Het slavernij-instituut NiNsee is onzeker over haar toekomst. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stopt volgend jaar de subsidie. Dit jaar wordt er al gekort op de financiering. Ik vind het jammer dat op die manier een gedeelde erfenis van Nederland en Suriname zou verdwijnen.

Deze week kreeg ik toestemming om de kunstzinnige erfenis van Oscar Ho-Sam-Sooi te mogen gebruiken. Hij heeft veel schilderijen gemaakt van plantage Brouwerslust. Een prachtig exemplaar heb ik hieronder opgenomen.